Hoe werken wij?

In de groepen zijn twee werkvormen nadrukkelijk van belang: zelfstandig werken en coöperatief leren.

Zelfstandig Werken
In alle groepen wordt met de werkvorm ‘Zelfstandig Werken’ gewerkt. Wij gaan tijdens het ‘Zelfstandig Werken’ uit van een ‘gelaagde instructie’. De instructie is gelaagd, omdat per lesonderdeel op verschillende niveaus instructie op maat wordt gegeven. Wij gaan uit van 3 niveaus:
•    kinderen die na een korte uitleg zelfstandig aan de slag kunnen,
•    kinderen die na enige instructie zelfstandig verder kunnen,
•    kinderen die veel instructie nodig hebben.
Er zijn ook kinderen die met de verlengde instructie nog niet in staat zijn de opdrachten uit te voeren. Voor deze leerzwakke en leersterke kinderen wordt door de leerkracht m.b.v. de intern begeleider en/of specialist meerbegaafdheid een apart programma gemaakt. Dit wordt gecommuniceerd met de ouders.

Coöperatief Leren
In alle groepen wordt met de werkvorm ‘Coöperatief Leren’ gewerkt. Bij Coöperatief Leren gaan kinderen gestructureerd in kleine groepjes of in tweetallen over onderwerpen praten, gedachten en ideeën uitwisselen en gericht naar elkaar luisteren. De ervaring leert dat deze werkvorm naast bewezen verdieping van het leren, ook een positieve uitwerking heeft op het sociale klimaat in een groep.

Uitgangspunten groepsindeling OBS Tuindorp
Op OBS Tuindorp werken we bij voorkeur met ongedeelde groepen. Bij het samenstellen van de groepen gaan we uit van het feit dat de groepsleerkrachten kundig zijn om – in overleg met de intern begeleider – te beslissen welke groep voor een kind het komend schooljaar de “beste” groep is.

De groepsleerkrachten hebben pedagogisch, didactisch en sociaal gezien een goed beeld van de kinderen. Daarnaast levert de intern begeleider visie op de groepssamenstelling. De directie heeft de eindverantwoordelijkheid.

Het aantal groepen wordt bepaald door de formatie, het aantal kinderen per groep en de beschikbare ruimte.

Hoe gaan we te werk?

4-jarigen worden op basis van aanmeldgegevens (jongen/meisje, broertje/zusje en ontwikkeling) door de cluster voorzitter ingedeeld in een van de 3 heterogene kleutergroepen. Deze groepen zullen ongeveer even groot zijn. 

We gaan uit van een evenwichtige verdeling van jongens en meisjes over de groepen. In principe plaatsen we geen broer en/of zus in dezelfde groep, tenzij er dringende redenen zijn om dit wel te doen. Dit is o.a. van belang voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen.

We proberen een gelijke verdeling te realiseren van kinderen die, in welk opzicht dan ook, meer zorg en aandacht nodig hebben. Een groot aantal kinderen met een specifieke zorgvraag kan voor een leerkracht een grotere belasting zijn en het kan, afhankelijk van het aantal zorgkinderen, van invloed zijn op het algemeen functioneren van de groep. De intern begeleider heeft een belangrijke rol en stem in dit verhaal.

De grootte van een groep is afhankelijk van een aantal factoren. Daarbij valt te denken aan:
–       Het aantal kinderen met een specifieke hulpvraag
–       De grootte van een lokaal
–       Ervaring en professionaliteit van een leerkracht

Het aantal kinderen blijkt overigens niet per definitie doorslaggevend te zijn voor het functioneren van een groep.

We houden rekening met de sociale structuur van de groep. Voor de kwaliteit van het leerproces is het belangrijk dat een goede sfeer en harmonie aanwezig zijn in de groep; onderdeel hiervan vormt de vriendschappen tussen kinderen.